De Rotterdamse rechtbank heeft een man vrijgesproken die ervan werd verdacht geld te hebben overgemaakt aan Hamas. Het ging volgens de verdediging om donaties bedoeld voor weeskinderen, maar het Openbaar Ministerie vermoedde dat de terroristische organisatie Hamas de uiteindelijke ontvanger was van de gelden.
Geen hard bewijs gevonden
De rechtbank concludeerde dat dit vermoeden niet met voldoende bewijs kon worden onderbouwd. In de uitspraak benadrukte de rechter dat een veroordeling niet gebaseerd kan worden op berichtgeving in de media of op vermoedens alleen. Concrete aanwijzingen dat het geld bij Hamas belandde, ontbraken volgens de rechtbank volledig.
De vrijspraak betekent dat Amin Abou R. juridisch gezien schoon uit de zaak komt. De uitkomst onderstreept dat de Nederlandse rechtsstaat hoge eisen stelt aan het bewijs in terrorismegerelateerde zaken, ook wanneer de maatschappelijke en politieke druk groot is.