In maart werd een synagoge in Rotterdam het doelwit van een aanslag. De zaak diende dinsdag voor het eerst inhoudelijk voor de rechter, waarbij alle zes aanwezige verdachten tegenover het Openbaar Ministerie kwamen te staan. Justitie verdenkt de mannen van een terroristisch misdrijf en ziet aanwijzingen dat de aanslag bewust gericht was op de Joodse gemeenschap.

Verdediging: geen sprake van terroristisch oogmerk

De advocaten van de verdachten weerspraken die lezing nadrukkelijk. Volgens de verdediging ontbrak bij minstens één van de mannen elk besef van de religieuze betekenis van het gebouw. ‘Hij had geen idee waar hij in was beland en wist niet wat een synagoge was’, klonk het in de rechtszaal. Daarmee proberen de raadslieden het terroristisch motief, dat bij een veroordeling tot een aanzienlijk zwaardere straf leidt, van tafel te krijgen.

De rechtbank behandelde dinsdag vooral de eerste formele processtappen. Wanneer de inhoudelijke behandeling verder gaat en wanneer een vonnis wordt verwacht, is nog niet bekendgemaakt. De zaak trekt in Rotterdam veel aandacht vanwege de ernst van de beschuldigingen en de impact op de plaatselijke Joodse gemeenschap.

Gebaseerd op berichtgeving van Rijnmond. Dit artikel is door onze redactie herschreven.